nieuws-image
14 maart 2017
Energieakkoord

In 2013 is onder leiding van Henk Kamp het energieakkoord afgesloten waarbij de energietransitie echt is ingezet. 47 partijen – van Greenpeace tot Shell – hebben afgesproken zich in te zetten om belangrijke stappen op het gebied van de energietransitie te nemen. Het Energieakkoord loopt tot 2023. Dit zijn de belangrijkste doelen: …

– In 2020 14% hernieuwbare energie;
– In 2023 16 % hernieuwbare energie;
– In 2020 25% CO2-reductie ten opzichte van 1990;
– In 2020 100 pètajoule (PJ) energiebesparing;
– Een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar;
– Een werkgelegenheidsgroei van ten minste 15.000 extra banen per jaar in de periode 2014-2020

Al deze doelen zijn op dit moment binnen bereik.

Nauwelijks nog CO2 uitstoten in de toekomst
Henk Kamp is de groenste minister die Nederland ooit heeft gehad. En daar gaat ons land nog lange tijd plezier van hebben. In het najaar van 2016 presenteerde hij namelijk een plan om in 2050 nauwelijks nog CO2 uit te stoten in Nederland.
Deze Energieagenda zorgt ervoor dat Nederland zich houdt aan het klimaatakkoord van Parijs. Een belangrijk onderdeel van het plan is om het gebruik van olie en gas drastisch te verminderen.

In de Energieagenda staan de volgende ambities:

– We werken niet aan verschillende doelen tegelijk, maar focussen ons op één doel: het verminderen van CO2. Zo komen we tot de beste mix van energiebesparing, hernieuwbare energie en andere opties.
– De CO2 die nog wel geproduceerd wordt, slaan we op onder de Noordzee.
– We sluiten nieuwbouw niet meer aan op het gasnet. Nieuwe woningen gaan dus koken en stoken met duurzame energie.
– Gemeenten mogen besluiten over de lokale energievoorziening. Zij krijgen naast het bestaande elektriciteits- en gasnet ook de mogelijkheid om voor warmtenetten te kiezen.

Dit zijn grote ambities, die natuurlijk geld gaan kosten. De precieze kosten worden dit jaar bekend. Maar duidelijk mag zijn: de toekomst van onze planeet is het waard om geld in te steken.

Parijs-akkoord
Eind 2015 hebben 195 landen het klimaatakkoord van Parijs gesloten. Het doel van dit akkoord is dat de temperatuur in 2100 met maximaal 2˚C gestegen mag zijn ten opzichte van de pre-industriële periode (1850). Hierbij wordt gestreden naar een nog lagere stijging, namelijk 1,5˚C. Dit moet worden bereikt via Nationally Determined Contributions (NDC’s). Omdat we als Nederland lid zijn van de EU, zijn we verbonden aan een CO2-reductie van 40% in 2030 en 80-95% in 2050. Dit is echter niet voldoende om de gewenste beperking van de temperatuurstijging te bereiken. Daarom worden de afspraken elke vijf jaar herzien. In 2018 gaan we voor het eerst kijken hoe we ervoor staan.

▪ Mobiliteit: de CO2-uitstoot neemt af en het doel voor 2020 ligt binnen bereik. De VVD zet in op Europees beleid waarmee we steeds zuinigere auto’s produceren. Ook steunen we de strengere CO2-test die geïntroduceerd wordt, zodat we deze normen ook kunnen handhaven. En de Energieagenda stelt dat er per 2035 alleen nog maar zero-emissie auto’s in Nederland verkocht mogen worden.
▪ Bebouwde omgeving: met de extra afspraken ligt de energiebesparing in deze sector, zoals afgesproken onder het Energieakkoord binnen bereik. De VVD maakt verder geld vrij om huiseigenaren te stimuleren in energiebesparing te investeren.
▪ Non-ETS, Landbouw: De Nederlandse landbouw heeft minder ruimte nodig én verbruikt minder water, mest en gewasbeschermingsmiddelen. Per kilogram product de minste ruimte, het vergt de minste input aan land en voer, en het stoot de minste broeikasgassen uit. De Nederlandse landbouw is zo effectief dat als de hele wereld op hetzelfde niveau zou produceren er maar een kwart van de huidige landbouwgrond nodig zou zijn om dezelfde hoeveelheid voedsel te produceren.

Energieakkoord 1

Samenwerken met Europa voor een schone en moderne economie
In 2015 werd de Energie-Unie gelanceerd, voor het moderniseren van de economie.
De doelen zijn:
– het creëren van werkgelegenheid en groei
– een zekere, betaalbare en duurzame energievoorziening
– een koolstofarme economie.

Deze voorgenomen Energie-Unie kent verschillende ‘dimensies’
o Voor onze energie minder afhankelijk van landen buiten de EU en fossiele brandstoffen.
o Vrije energiemarkt: hogere aanbodzekerheid en lagere consumentenprijzen
o Verbeteren energie-efficiëntie
o CO2-vriendelijker maken van de economie
o Onderzoek en innovatie

Hoe gaat het nu?

De EU neemt met een aandeel van 10% van het mondiale CO2-uitstoot een derde plek in na China (29%) en de VS (15%). Gevolgd door India (7,1%) en Rusland (5%).
We hebben al goede vooruitgang geboekt ten aanzien van de doelstellingen van de Energie-unie, met name wat betreft het halen van de energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020.
Ondanks een beperkte CO2-stijging in 2015 blijft de uitstoot een dalende trend vertonen.
Ook wat betreft energie-efficiëntie lopen we ruim op schema.

Daarnaast groeit de Europese economie, terwijl de uitstoot van broeikasgassen juist daalt – maar liefst 22% in de afgelopen 25 jaar. EU-bedrijven die zich met hernieuwbare energie bezighouden hebben gezamenlijke jaaromzet van €144 miljard en hebben 1 miljoen mensen in dienst.
Een verbetering van het klimaat en een groeiende economie kunnen dus prima samengaan.

Klimaat

Zo min mogelijk olie en gas uit Rusland en het Midden-Oosten
Hernieuwbare energie is de toekomst. Maar die verandering kost tijd. Tot het zover is, hebben we olie en gas nog nodig. Wij vinden het belangrijk dat we voor die brandstoffen zo min mogelijk afhankelijk zijn van dubieuze regimes in Rusland en de Arabische wereld.

Gas
Vanwege de aardbevingen in Groningen gaan we terecht minder gas winnen in Nederland zelf. Daardoor moeten we meer gas importeren uit het buitenland. Daarbij zijn we gelukkig niet erg afhankelijk van Rusland. De Russen dreigen namelijk nog wel eens de levering van gas stop te zetten als er een politiek conflict met ons is. De kans dat ze dat echt doen, is trouwens niet zo groot: Rusland is zelf voor een heel groot deel afhankelijk van de inkomsten uit olie en gas.

Toch is de dreiging niet prettig. Daarom haalden wij ons gas in 2015 vooral uit West-Europa:

Noorwegen: 52%
Rusland: 21%
Verenigd Koninkrijk: 15%
Duitsland: 4%
Denemarken: 2%
LNG uit diverse landen: 6%

Niet al dit gas wordt trouwens in Nederland zelf gebruikt. Een groot deel voeren we weer door naar andere landen.

Om nog minder afhankelijk te worden van Rusland, zoeken wij andere aanbieders en routes van gas. De EU en Nederland zijn momenteel concreet bezig met de volgende opties:

– De Zuidelijke Gas Corridor, waarmee gas vanuit het Kaspische Zeegebied naar Europa wordt gebracht.
– Meer LNG importeren, vooral vanuit de Verenigde Staten en Australië.
– Meer handelen in energie met landen als Algerije en Egypte.

Olie
Vaak wordt gedacht dat Nederland de meeste olie uit het Midden-Oosten haalt. Dat is echter niet waar: het komt vooral uit Rusland en Noorwegen. In 2014 haalde Nederland de olie uit de volgende landen:

Rusland: 24%
Noorwegen: 21%
Verenigd Koninkrijk: 12%
Nigeria: 11%
Saoedi-Arabië: 9%
Koeweit: 6%
Irak: 6%
Overig: 11%

Tussen 2010 en 2014 zijn we overigens minder olie uit Rusland gaan halen en juist een stuk meer uit Noorwegen. In het laatste kwartaal van 2014 importeerde Nederland al meer olie uit Noorwegen dan uit Rusland. De oliemaatschappijen in Nederland hebben daar waarschijnlijk voor gekozen vanwege de politieke en economische spanningen met Rusland.

Bekijk meer

Help ons Nederland te verbeteren.
In gesprek met onze Kamerleden? Kom langs in de Tweede Kamer.
meld je aan
Meedoen met de VVD?
Word lid